Laatst bijgewerkt op

WW-uitkering berekenen: hoogte, duur en netto per maand

Je kunt op verschillende manieren werkloos worden. Een reorganisatie, een faillissement, je bent boventallig verklaard, je tijdelijke contract wordt niet verlengd of je hebt zelf ontslag genomen. Hoe zit het dan met de WW, een uitkering en de bijstand? We nemen je stap voor stap mee in alles waar jij recht op hebt.

Hoeveel WW krijg je, en hoelang?

Vul je salaris en je werkjaren in. Je ziet je bruto en netto uitkering per maand, hoelang je recht hebt en wat het derde WW-jaar daar eventueel bovenop doet.

€
Voorbeeld: modaal salaris (CPB)
Voorbeeld. Bepaalt je fictieve arbeidsverleden.
Voorbeeld. Het eerste jaar waarin je minstens 208 uur werkte.

Zo lang heb je recht op WW

€ 0

 

  • Arbeidsverleden dat meetelt
  • WW-maandloon (incl. vakantiegeld)
  • Bruto per maand, maand 1 en 2 (75%)
  • Bruto per maand, vanaf maand 3 (70%)
  • Netto per maand, indicatie vanaf maand 3
  • Vakantiegeld, opgebouwd en in mei uitbetaald
  • Totaal bruto over de hele periode

 

Deel je uitkomst 
Aannames aanpassen
jaar
Kalenderjaren waarin je minder dan 52 dagen loon kreeg.
jaar
Kalenderjaren waarin je minder dan 208 uur loon kreeg.
Val je onder de PAWW (derde WW-jaar)?
Check je loonstrook op een inhouding PAWW van 0,1%.
Waar je op moet letten
  • Je hebt een venster van 2 weken.Aanvragen kan vanaf 1 week voor je eerste werkloosheidsdag en uiterlijk tot 1 week erna. Dien je later in, dan schuift de ingangsdatum mee en zijn die dagen weg.
  • Je netto valt harder terug dan de percentages. Over een uitkering geldt de groene tabel, dus je verliest je arbeidskorting. Dat is in 2026 maximaal € 5.685 per jaar. Hoe dat werkt staat in de uitleg over de groene en witte tabel op je loonstrook.
  • Werken naast je WW loont altijd. UWV verrekent 70% van je bruto inkomsten, dus van elke verdiende euro houd je 30 cent naast je uitkering. Verdien je meer dan 87,5% van je WW-maandloon, dan stopt de uitkering.
  • Het maximumdagloon wijzigt twee keer per jaar. Op 1 januari en 1 juli. Verdien je meer dan € 6.740 bruto per maand, dan rekent UWV met het maximum en niet met jouw salaris.
  • Kom je onder het sociaal minimum? Dan heb je mogelijk recht op een toeslag van UWV. Wat je verder kunt regelen staat bij werkloos worden.
Het derde WW-jaar: kijk op je loonstrook

  • Een inhouding van 0,1%. Staat er PAWW op je loonstrook, dan ben je verzekerd voor de private aanvulling op de WW. Ruim 2,3 miljoen werknemers vallen onder die regeling, via afspraken in hun cao.
  • De aanvulling herstelt de oude opbouw. Waar UWV vanaf 2016 een halve maand per jaar rekent, gaat de PAWW uit van een hele maand. Het verschil krijg je na je WW uitbetaald, met een maximum van 14 maanden.
  • Zelf aanvragen, 1 maand voor het einde. UWV doet dit niet voor je. Aanvragen gaat via Stichting PAWW, waar je ook controleert of jouw cao meedoet.
Hoe je deze periode korter maakt
  • Reken met je netto, niet met je bruto. Zet het netto maandbedrag hierboven naast je vaste lasten. Dan weet je hoeveel maanden lucht je echt hebt, in plaats van hoeveel maanden recht.
  • Solliciteren is een verplichting, geen suggestie. UWV verwacht gemiddeld 4 sollicitatieactiviteiten per 4 weken. Houd ze bij in je Werkmap, anders volgt een korting op je uitkering.
  • Accepteer je een baan met minder salaris? Val je binnen 54 weken opnieuw terug op de WW, dan rekent UWV mogelijk met je oude, hogere dagloon. Dat heet het garantiedagloon en het loopt automatisch.
  • Zorg dat je cv klaarligt. Niet pas als de eerste passende vacature langskomt, want dan solliciteer je te laat of te slordig.
Hoe rekent deze calculator?

De duur volgt de opbouw van UWV: de wekeneis geeft 3 maanden, de jareneis opent de verlengde uitkering. Voor de eerste 10 volledige kalenderjaren arbeidsverleden krijg je 1 maand WW per jaar. Blijven er daarna jaren over, dan geldt voor jaren tot en met 2015 ook 1 maand en voor jaren vanaf 2016 een halve maand. Maximaal 24 maanden. Het jaar waarin je WW begint telt niet mee.

Je arbeidsverleden is het fictieve deel plus het feitelijke deel. Fictief zijn de jaren vanaf het jaar waarin je 18 werd tot en met 1997, ongeacht of je werkte. Dat geldt dus alleen bij geboortejaar 1979 of eerder. Feitelijk zijn de kalenderjaren vanaf 1998 waarin je minstens 208 uur loon kreeg, en voor jaren tot 2013 minstens 52 dagen. Jouw officiele overzicht staat in Mijn UWV, onder arbeidsverleden en loongegevens.

De hoogte volgt het dagloon: het sv-loon van de referteperiode gedeeld door 261. In dat sv-loon zit gereserveerd vakantiegeld en een vaste eindejaarsuitkering of IKB, waardoor de grondslag hoger is dan je maandsalaris. Het WW-maandloon is het dagloon keer 21,75, met een maximumdagloon van € 309,91. De uitkering is 75% in de eerste 2 maanden en daarna 70%. Over die uitkering bouw je 8% vakantiegeld op, dat UWV in mei uitbetaalt.

De netto-indicatie rekent met de belastingschijven van 2026 en de afbouw van de algemene heffingskorting. Een uitkering is loon uit vroegere dienstbetrekking, dus zonder arbeidskorting. UWV betaalt zelf de werkgeversheffing Zvw, daar wordt niets op je uitkering ingehouden. Je werkelijke bedrag kan afwijken door ander inkomen, aftrekposten of de startdatum van je uitkering. De vergelijking met je huidige netto-inkomen rekent zonder pensioenpremie. Betaal je die wel, dan houd je van je WW relatief iets meer over dan hierboven staat.

De aanvulling voor het derde WW-jaar loopt via Stichting PAWW en geldt alleen als jouw cao meedoet. De regeling rekent 1 maand per jaar arbeidsverleden, tot 38 maanden. Wat er overblijft na je WW van UWV krijg je als PAWW-uitkering, berekend op hetzelfde dagloon, met een maximum van 14 maanden.

Wanneer heb je recht op WW?

Als je buiten je schuld werkloos bent geraakt, heb je recht op een tijdelijk inkomen op grond van de Werkloosheidswet. Die wet regelt dat werknemers met voldoende arbeidsverleden die beschikbaar zijn voor werk een uitkering krijgen van het UWV, zodat het verlies van je baan niet direct een gat in je inkomen slaat. Verzekerd raak je automatisch zodra je in loondienst werkt, daar hoef je zelf niets voor te regelen.

Niet iedereen die zijn baan verliest komt in aanmerking. Je hebt recht op WW als je aan al deze voorwaarden voldoet:

  • Je bent verzekerd voor werkloosheid. Dat gaat automatisch bij werk in loondienst. Je bent niet verzekerd als je voltijds onbetaald verlof hebt, illegaal in Nederland verblijft, de AOW-leeftijd hebt bereikt of minder dan 4 dagen per week in dezelfde particuliere huishouding werkt.
  • Je verliest genoeg uren. Minimaal 5 arbeidsuren per week, en je hebt over die uren geen recht op loon. Werkte je minder dan 10 uur per week, dan moet je minstens de helft van je uren verliezen.
  • Je bent direct beschikbaar voor betaald werk. Ben je slechts een deel van de week beschikbaar, dan krijg je ook maar over dat deel een uitkering.
  • Je voldoet aan de wekeneis. In de 36 weken voor je eerste werkloosheidsdag heb je minimaal 26 weken gewerkt. Hoeveel uur je in die weken werkte maakt niet uit.
  • Je bent niet door eigen schuld werkloos. Neem je zelf ontslag of word je op staande voet ontslagen, dan is er geen recht op WW.

Bron: Rijksoverheid.

Een vraag die veel mensen stellen: gaat mijn transitievergoeding van mijn WW af? Nee. Het UWV verrekent de vergoeding niet met je uitkering, het zijn 2 losse potten. Vraag je WW dus meteen aan, ook als je een flink bedrag van je werkgever krijgt. Wil je weten hoeveel dat bedrag is, reken dan je transitievergoeding uit.

Aanvragen: je hebt een venster van 2 weken

Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Je kunt je WW aanvragen vanaf 1 week voor je eerste werkloosheidsdag, en uiterlijk tot 1 week erna. Je eerste werkloosheidsdag is de eerste dag waarop je zou werken als je je baan nog had, dus meestal een doordeweekse dag na je laatste werkdag. Dien je later in, dan vervalt je recht niet, maar schuift de ingangsdatum mee en zijn de dagen ertussen weg.

Let op dat je laatste werkdag en je eerste werkloosheidsdag niet altijd bij elkaar liggen. Bij ontslag met wederzijds goedvinden kunnen er weken tussen zitten, en dat bepaalt wanneer je moet aanvragen.

Zorg dat je de papieren klaar hebt voordat je vertrekt. Het UWV vraagt regelmatig om aanvullende gegevens: loonstroken, de vaststellingsovereenkomst, de cao waaronder je viel. Een oud-werkgever reageert traag op een mail van iemand die er niet meer werkt, dus bewaar die documenten zolang je nog in dienst bent. Na je aanvraag krijg je binnen 4 weken een beslissing, waarin ook staat hoelang je uitkering duurt.

De fictieve opzegtermijn: hier ontstaat het WW-gat

Teken je een vaststellingsovereenkomst, dan kijkt het UWV of de opzegtermijn van je werkgever is gerespecteerd. Is dat niet zo, dan past het UWV een fictieve opzegtermijn toe: je uitkering gaat pas in op het moment waarop je contract had kunnen eindigen als je werkgever netjes had opgezegd. Over de periode ertussen krijg je geen loon meer en nog geen WW.

Reken het dus zelf na voordat je ondertekent. Tel de opzegtermijn van je werkgever op bij de datum waarop je tekent, en zorg dat de einddatum in de overeenkomst daarna valt. Vaak scheelt dat 1 of 2 maanden inkomen, en het is een van de weinige punten in zo’n overeenkomst waar je werkgever zelden moeilijk over doet. Laat het stuk nakijken door een jurist of door je vakbond en teken nooit op dezelfde dag. Na ondertekening heb je nog 14 dagen bedenktijd.

Hoelang je WW duurt

Je uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 24 maanden. Voldoe je alleen aan de wekeneis, dan blijft het bij die 3 maanden. Werkte je ook in 4 van de laatste 5 kalenderjaren minstens 208 uur, dan voldoe je aan de jareneis en wordt je uitkering verlengd op basis van je arbeidsverleden.

Die opbouw kent een knikpunt dat vaak wordt vergeten. Voor de eerste 10 volledige kalenderjaren arbeidsverleden krijg je 1 maand WW per jaar. Blijven er daarna jaren over, dan levert elk jaar tot en met 2015 nog een hele maand op, en elk jaar daarna een halve. Wie in 2016 al ruim 10 jaar werkte bouwt dus in een heel ander tempo op dan iemand die net begon. Je officiële arbeidsverleden staat in Mijn UWV onder arbeidsverleden en loongegevens; de calculator hierboven rekent uit wat dat in maanden betekent.

En dan is er nog een regeling waar zelden iemand naar kijkt: de private aanvulling op de WW. Staat er op je loonstrook een inhouding PAWW, dan ben je via je cao verzekerd voor het zogenoemde derde WW-jaar. Die regeling rekent nog wel met een hele maand per jaar arbeidsverleden en vult het verschil na je WW aan, tot maximaal 14 maanden extra. Ruim 2,3 miljoen werknemers vallen eronder, maar je moet het zelf aanvragen bij Stichting PAWW, ongeveer een maand voordat je WW stopt. Het UWV doet dat niet voor je.

Reken niet met 70%

De percentages van de WW zijn bekend: 75% van je WW-maandloon in de eerste 2 maanden, daarna 70%. Alleen zegt dat weinig over wat er op je rekening komt, en dat maakt het een slechte basis voor je huishoudboekje.

Twee dingen duwen tegen elkaar in. Het UWV rekent je uitkering niet over je maandsalaris maar over je sv-loon, en daar zitten je vakantiegeld en een vaste eindejaarsuitkering of IKB in. Je grondslag is dus hoger dan je maandsalaris, waardoor die 70% in de praktijk neerkomt op ruim 75% van je bruto maandloon. Daar staat tegenover dat een uitkering onder de groene tabel valt, zodat je je arbeidskorting kwijt bent. Netto valt je inkomen daardoor verder terug dan het brutopercentage suggereert.

Wat je onderaan de streep overhoudt, hangt af van waar je zit:

Bruto maandsalarisWat je netto overhoudt van je huidige netto-inkomen
€ 2.500ongeveer 65%
€ 3.700ongeveer 68%
€ 6.000ongeveer 73%
€ 8.000ongeveer 62%
€ 10.000ongeveer 53%

Indicatief, zonder pensioenpremie en zonder ander inkomen. De uitschieters aan beide uiteinden hebben verschillende oorzaken. Onderaan weegt het verlies van de arbeidskorting relatief zwaar, omdat die korting daar een groot deel van je netto-inkomen maakt. Bovenaan bijt het maximumdagloon: boven die grens rekent het UWV niet verder mee, hoeveel je ook verdiende. Verdien je goed, dan is de WW dus geen vangnet maar een bodem, en is de hoogte van je ontslagvergoeding belangrijker dan de hoogte van je uitkering.

Nog iets om op je kalender te zetten: over je uitkering bouw je 8% vakantiegeld op, en dat betaalt het UWV in mei uit. Je maandbedrag is dus lager dan het totaal waar je recht op hebt, met één dikkere maand in het voorjaar.

Wat je moet doen zolang je WW krijgt

Een uitkering komt met verplichtingen, en het UWV controleert ze. Zonder andere afspraken met je adviseur werk verwacht het UWV 4 sollicitatieactiviteiten per 4 weken, die je doorgeeft via werk.nl of de UWV-app. Bewaar je brieven en uitnodigingen minstens 2 jaar, want je adviseur vraagt er om. Doe je te weinig, dan volgt een maatregel: een korting op je uitkering of in het uiterste geval een stopzetting.

Je moet ook passend werk accepteren, en wat passend is verschuift. In het eerste halfjaar hoef je alleen te solliciteren op banen met maximaal 2 uur reistijd per dag, daarna gaat die grens naar 3 uur. Ben je al langer werkloos en kun je een baan in een andere regio krijgen, dan moet je die meestal aannemen, ook als je daarvoor zou moeten verhuizen. Tijdelijk werk of werk onder je niveau weigeren kan je je uitkering kosten.

Je hebt 65% meer kans op een uitnodiging...
...als je binnen 4 dagen reageert op een vacature
cv maken

Verder geldt:

  • Inkomsten doorgeven. Ga je werken, dan verrekent het UWV 70% van je bruto inkomsten met je uitkering. Je houdt dus 30 cent van elke verdiende euro naast je WW, en werken loont altijd. Verdien je meer dan 87,5% van je WW-maandloon, dan stopt de uitkering.
  • Vakantie melden. Je hebt 20 vakantiedagen per kalenderjaar met behoud van uitkering en zonder sollicitatieplicht, en 65 dagen als je binnen 1 jaar de AOW-leeftijd bereikt. Ga je langer weg, dan krijg je over die dagen geen uitkering en schuift je einddatum niet mee.
  • Ziekte melden. Word je ziek, meld dat dan uiterlijk op je tweede ziektedag. Je uitkering loopt door en je sollicitatieplicht vervalt zolang je ziek bent. Meer over de regels bij een WW-uitkering staat bij het Juridisch Loket.
  • Komt je inkomen onder het sociaal minimum? Dan heb je mogelijk recht op een toeslag van UWV. Dat wordt bij je aanvraag bekeken, maar je kunt er zelf ook om vragen.

Een eigen bedrijf beginnen vanuit de WW

Wil je voor jezelf beginnen, dan kun je het UWV om een startperiode vragen van 26 weken. Tijdens die periode wordt je uitkering met 29% verlaagd, maar vervalt je sollicitatieplicht en mag je al je uren aan je bedrijf besteden. Wat je met dat bedrijf verdient wordt niet verrekend, dus wie snel omzet maakt is hiermee beter af dan met de gewone inkomstenverrekening. Je hebt vooraf toestemming nodig op basis van een ondernemingsplan en je volgt een online training.

Begin je zonder startperiode, dan heb je geen toestemming nodig, maar geef je je uren door en blijf je solliciteren. Die uren gaan dan van je uitkering af. Het UWV legt beide routes uit. Opdrachten van je oude werkgever zijn tijdens de startperiode uitgesloten, om te voorkomen dat een werkgever iemand ontslaat en meteen goedkoper inhuurt.

Wat er komt als je WW stopt

Loopt je uitkering af en heb je nog geen werk, dan zijn er 2 routes. Wie kort voor de AOW-leeftijd werkloos werd, komt mogelijk in aanmerking voor de IOW, een vervolguitkering waarbij je vermogen en het inkomen van je partner buiten beschouwing blijven. Voor alle anderen is de bijstand het vangnet, en daar wordt juist wel naar je vermogen en je huishouden gekeken. Het UWV zet de mogelijkheden op een rij op Einde WW-uitkering.

Vraag de bijstand aan bij je gemeente voordat je WW stopt, want er zit verwerkingstijd tussen. Zonder overlap val je een maand zonder inkomen.

Bijstandsuitkering (bijstand)

De WW is bedoeld voor mensen die voor een langere periode in loondienst zijn geweest, terwijl de bijstand een basisrecht is voor iedereen. De bijstand is het sociale vangnet en bij het bepalen van de hoogte wordt geen rekening gehouden met eerdere salarissen.

Wat is een bijstandsuitkering?

Als je op geen enkele manier in je eigen inkomsten kunt voorzien en niet in aanmerking komt voor een andere uitkering, kun je recht hebben op bijstand. De regeling staat in de Participatiewet, die sinds 2015 de oude Wet werk en bijstand vervangt, en wordt uitgevoerd door je gemeente. Ze heet ook wel het sluitstuk van de sociale zekerheid.

Je hebt recht op algemene bijstand als je aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Je woont rechtmatig in Nederland
  • Je bent 18 jaar of ouder
  • Je hebt niet genoeg inkomen of vermogen om in je levensonderhoud te voorzien
  • Je kunt geen beroep doen op een andere voorziening of uitkering waarmee je in je levensonderhoud kunt voorzien
  • Je zit niet in de gevangenis of een huis van bewaring

Bron: Rijksoverheid.

Wanneer kom je in aanmerking voor een bijstandsuitkering?

Om in aanmerking te komen mag je geen recht hebben op een andere uitkering of regeling waarmee je de kosten voor je levensonderhoud kunt betalen. De WW gaat dus voor. Heb je een inkomen of een uitkering onder het sociaal minimum, dan kun je wel aanvullende bijstand aanvragen.

Hoeveel krijg je in de bijstand?

De bijstandsuitkering is een netto-uitkering. Het bedrag dat in de tabel staat, is dus het bedrag dat je houdt. Hoeveel het precies is, hangt af van je leeftijd en je woonsituatie. De Rijksoverheid past de bijstandsnorm 2 keer per jaar aan: op 1 januari en op 1 juli. Bekijk daarom altijd de actuele bijstandsnormen op Rijksoverheid.nl voordat je gaat rekenen.

21 jaar tot AOW-leeftijdNorm per maand (incl. 5% vakantiegeld)Wat je maandelijks op je rekening krijgt
Alleenstaande (ouder) van 21 jaar of ouder€ 1.419,46€ 1.348,49
Partners, gehuwden en samenwonenden€ 2.027,79€ 1.926,40

Let op het verschil tussen die twee kolommen, want daar gaat het bij bijna elke bijstandstabel mis. De bedragen die gemeenten en vergelijkingssites noemen zijn inclusief 5% vakantiegeld, maar dat vakantiegeld krijg je niet maandelijks. De gemeente reserveert het en betaalt het in juni uit, of eerder als je uitkering stopt. Reken je huishoudboekje dus door met het lagere bedrag in de rechterkolom, niet met de norm.

Twee dingen kunnen het bedrag verder omlaag brengen. Woon je samen met een of meer volwassenen van 27 jaar of ouder die niet je partner zijn, dan geldt de kostendelersnorm en valt je uitkering lager uit, omdat je de woonlasten kunt delen. En ben je jonger dan 21, dan geldt de jongerennorm, die aanzienlijk lager is omdat ouders tot die leeftijd onderhoudsplichtig zijn.

Snel een mooi CV

cv maken